Mysterium Magnum, 9789075240511
ISBN

9789075240511

Taal
Nederlands
Uitvoering
Leer, gebonden
Omvang
242 pagina's
Afmetingen
280 x 210mm
Publicatie jaar
2016
Prijs
50,00  

Mysterium Magnum

In de 21e eeuw is er een toenemende belangstelling voor de kennistheoretische onderbouwing van de anthroposofie als individuele zelfstandige toegang tot de geestelijke wereld. Ik werk al sinds 1983 met de anthroposofie, vanaf 1994 in de openbare publiciteit. Ik heb vele boeken gepubliceerd en heb in de laatste zeven jaar ook talloze voordrachten en seminars gegeven in heel Europa. Nu kwam de vraag om een filosofisch-spirituele onderbouwing te geven van de inhoud van de Nieuwe Mysteriën, voor zover die door Rudolf Steiner in 1924 zijn gegeven. Uiteraard kan men hier veel tegen in brengen, dat kan ik ook zelf. Maar nadat ik die tegenwerpingen zelf heb geformuleerd, kom ik tot de slotsom dat het uiterst belangrijk is om deze filosofisch-spirituele onderbouwing van de Nieuwe Mysteriën te geven. En omdat ik mij daartoe ook in staat acht, is deze onderneming hiermee begonnen. Het zal niet een filosofie worden van gebruikelijke aard. Het zullen meer meditatieve beschrijvingen worden van de aanwijzingen zoals die in de spreuken werden gegeven, waarbij van de spreuken zelf volledig wordt afgezien. De beschrijvingen van de inwijdingsweg die ik in dit boek zal geven volgen de esoterische uren zoals die door Rudolf Steiner aangegeven zijn, maar het is geenszins zo dat deze beschrijvingen verklaringen zijn van de door hem gegeven mantrams. Het zijn innerlijke ervaringen van een zelfstandige geestzoeker die in overeenstemming worden beschreven met die esoterische uren.

Uiteraard kan op de vorm, de gestalte, het proces van de inwijding geen auteursrecht gelden. De inwijding heeft een eeuwigheidskarakter en metamorfoseert kwalitatief in de loop van de tijd. Wanneer je de inwijdingsweg in mantrams karakteriseert dan is het geweldige daaraan dat een mantram niet alleen denkinhoud verschaft, niet alleen zin verleent, maar dat een mantram door klank, woord, ritme en toon, beelden geeft die in zich de levende gestalte, de werking dragen, waardoor de ziel de vorm van het mantram aanneemt. Je hoeft dan niet met het begrip de zin te doordringen, het innerlijke leven in de mantrams geeft de ziele-omvormende kracht, maar die levende omvormende kracht van een mantram is niet onaantastbaar. Ze is afhankelijk van de wijze waarop de mensen, die de mantrams ontvangen, daarmee omgaan. Het is een zekerheid dat de spreuken van de esoterische onderwijzingen van Rudolf Steiner uit 1924 hun mantrische werking hebben verloren. Overgebleven is het zinnebeeld. Wanneer je de mantrams zou kunnen gebruiken, dan zou je bij een opmerkzaam volgen van de driegeleding daarin een schat aan kleine dierbare belangrijke details kunnen vinden. Elk woord lijkt gewogen te zijn, verwijzend naar diepe spirituele betekenis tot in de gebruikte voorzetsels. Nu zijn deze mantrams al negentig jaar in gebruik zonder Rudolf Steiner op aarde erbij te hebben. Terwijl hij tijdens de uren die hij zelf gaf al aangaf dat wanneer de spreuken zouden gaan slingeren en onder de aandacht van mensen zouden komen die onvoldoende voorbereid zijn, het mantrische karakter van de spreuken verloren zou gaan. Hij gaf tijdens het verloop van de esoterische uren al aan dat onzorgvuldig werd omgegaan met dit occulte materiaal dat door de geestelijke wereld zelf gegeven is. In de daaropvolgende negentig jaar zijn de klasse-uren (die door mij hier ‘esoterische uren’ worden genoemd) onderwerp van grote strijd geweest. Alleen de mensen die werkelijk helemaal geen verbinding meer met de werkelijkheid van de spiritualiteit hebben kunnen menen, dat de mantrams daardoor niet aangetast zouden zijn. Toch worden ze nog altijd in een Vrije Hogeschool voor Geesteswetenschap - uitgaande van Dornach - in klasse-uren gegeven, hoewel ze ook op internet te vinden zijn.



De schrijfster van dit boek heeft 31 jaar intensieve ervaring met de antroposofische meditatie en heeft daarin ook werkelijk bepaalde stappen mogen zetten. Die werkelijkheid wordt in dit boek beschreven, waardoor het een beschrijving is van de inwijdingsweg, maar dan geheel in samenhang met de oorspronkelijke mantrische werking van de esoterische uren. Ik hoop daardoor deze uren in het gebied van de voor meditatie toegankelijke beschouwing binnen te dragen, waardoor zij ‘kunnen overblijven met de Filosofie der Vrijheid’.