Reisverslag Chartres

Mieke Mosmuller

  • Reisverslagen
  • Reisverslagen
  • Reisverslagen
  • Reisverslagen
  • Reisverslagen
  • Reisverslagen
  • Reisverslagen
  • Reisverslagen
  • Reisverslagen
  • Reisverslagen
  • Reisverslagen
  • Reisverslagen
  • Reisverslagen
  • Reisverslagen
  • Reisverslagen
  • Reisverslagen
  • Reisverslagen
  • Reisverslagen
  • Reisverslagen
  • Reisverslagen
  • Reisverslagen
  • Reisverslagen
  • Reisverslagen
  • Reisverslagen
  • Reisverslagen
  • Reisverslagen
  • Reisverslagen
  • Reisverslagen
  • Reisverslagen
Copyright Holger Niederhausen

In de week na Pasen 2013 hebben we, op initiatief van Marie Anne Paepe uit Brugge met een groep van 33 deelnemers de kathedraal te Chartres bezocht. Ik heb op donderdagavond een inleidende voordracht gehouden in een zaaltje in het hotel St. Yves, achter de kathedraal gelegen. Daarna hebben we op vrijdag de kathedraal bezocht, ’s middags onze ervaringen uitgewisseld, en daarna nogmaals de kathedraal bezocht. ’s Avonds hebben we een uitermate gezellig diner genoten met de hele groep. Op zaterdagmorgen heb ik een afsluitende voordracht gehouden, waarna we naar huis zijn gegaan. In het onderstaande stuk staat een beschrijving van de grondslag voor dit bezoek. Ik heb hier voordrachten over gehouden in Hamburg, Amsterdam en Breda. Het bezoek aan Chartres, waar we dit thema ter plekke konden bespreken, vormde een hoogtepunt.

In de week voor Pasen 2014 hebben we op initiatief van Dominik Rentsch en Andreas Vettiger met een even grote groep van Duitse en Zwitserse deelnemers een volgend bezoek aan Chartres gebracht.

Naar aanleiding van de voordrachten in Hamburg schreef ik de volgende korte samenvatting.

“Dit is hetgeen wat ik u vandaag wilde vertellen, mijn lieve vrienden, over de geheel andersoortige ervaring die wij hebben wanneer we in de geestelijke wereld zijn, dan hier in de fysieke. En toch hangen de dingen wederom samen. Maar ze hangen zo samen, dat wij geheel omgestulpt zijn. Wanneer wij hier de mensen zo zouden kunnen omstulpen, dat wij zijn binnenste naar buiten zouden keren, dat dus bijvoorbeeld het binnenste, het hart, dan de oppervlakte van de mens zou zijn – hij zou daarbij niet blijven leven als fysieke mens, dat kunt u wel geloven – maar wanneer men hem zou kunnen omstulpen, midden in het hart vastpakken en hem dan zoals een handschoen omstulpen, dan zou hij niet zo een mens blijven zoals hij hier is, dan zou hij zich uitbreiden tot een universum. Want wanneer men zich in een punt in het hart concentreert en dan de mogelijkheid heeft zichzelf in de geest om te stulpen, dan wordt men die wereld, die men anders beleeft tussen de dood en een nieuwe geboorte. Dat is het geheim van het menselijk innerlijk, dat alleen in de fysieke wereld niet naar buiten gestulpt kan worden. Maar het menselijk hart is ook een omgestulpte wereld en zo hangt de fysieke aardewereld wederom samen met de geestelijke wereld. Wij moeten wennen aan dit omstulpen. Wanneer wij daar niet aan wennen, dan krijgen wij er nooit een juiste voorstelling van, hoe zich eigenlijk de huidige fysieke wereld tot de geestelijke wereld verhoudt.”

(Rudolf Steiner, Das Geheimnis der Trinität, Vortrag vom 22.8.1922, Oxford, GA 214). 

In het hoofdstuk ‘Zur Begründung’  in het boek van Hans Bonneval over de omstulping bevindt zich dit citaat van Rudolf Steiner. Het gaf mij de aanleiding om ook werkelijk intensief te proberen om mij de omstulping van het hart zo levendig en krachtig als maar mogelijk voor te stellen.

Ten eerste moet men zich erop bezinnen hoe het bewustzijn van de mensen zich, naar het gevoel, in het hart bevindt. Wanneer men dus met een oefening begint, dan is toch het eerste wat men daar doen wil zich een voorstelling maken hoe het bewustzijn op aarde heel centraal in de mens ‘gelokaliseerd is’, en hoe het zodanig omgestulpt kan worden dat wat binnen zit buiten wordt, en wat buiten zit binnen wordt. Wanneer men op deze manier meditatief probeert om zijn innerlijk zelfgevoel helemaal om te stulpen, dan treedt er een gewaarwording op die niet zo makkelijk te verdragen is. Want het ‘ik-punt’ moet omtrek worden, en alles wat men ‘niet-ik’ kan noemen moet punt worden, of in elk geval door de ‘ik-omtrek’ omsloten worden.

Wanneer men dan echter enig inzicht van Rudolf Steiner heeft ontvangen over het leven tussen de dood en een nieuwe geboorte, dan komt iets groots in het bewustzijn. Men krijgt er een vermoeden van hoe het hart eigenlijk zon is, en hoe men zich na de dood, wanneer men de zonnesfeer betreedt, zo uitgebreid heeft, dat het Ik zich helemaal overgegeven heeft. De gewaarwording van het zelf neemt een heel andere aard aan. Het strekt zich naar boven verder uit en wordt muziek. Men is niet meer ‘zelf’, maar helemaal toon, in de sferische harmonie met andere tonen. Het ik is buiten, de geest wordt muziek, neemt zijn eigen vorm aan.

Maar de expansie gaat nog verder. De muziek was nog een zonnebeleving, maar nu stijgt men op naar Mars, waar de klinkende muziek betekenisvol begint te klinken, zij wordt woord. En men wordt zijn eigen woord, wordt zelf helemaal woord, betekenis in het wereldal. Het werk aan het toekomstige lichaam klinkt hier als muzikaal woord en dit vergeestelijkt zich nog meer wanneer het zich uitbreidt tot Jupiter.